|
Het schrijven van een geschiedenis is een ander vak dan wij leren op de Technische Universiteit of Hogeschool.
"Men verklaart nu eenmaal geen historische verschijnselen, zoals men een natuurproces verklaren kan. Op
zijn hoogst leert men ze min of meer als geheel begrijpen." (1)
En precies daar gingen we al in de fout. In ons amateurisme is gebleken dat de geschiedenis voor ons (en
hopelijk ook voor u) niet duidelijk wordt als geheel, maar duidelijker wordt als we de geschiedenis in
periodes opknippen. Nadat dit gebeurde (een periodisering maak je niet, maar "gebeurt") zagen wij tot onze
verbijstering een gelijkenis met de menselijke geschiedenis als geheel. Compleet met een prehistorie (waarover
we zelf geen archiefstukken hebben), een oudheid (waarin de basis wordt gelegd), een middeleeuwen (waarin de
vereniging donkere tijden doormaakte), een nieuwe tijd (waarin de oudheid wordt herontdekt) en een nieuwste
tijd (waarin de veranderingen zich in een razend tempo opvolgen).
Maar "het zijn altegader goedkope kunstmiddelen, om onder de schijn van het zinrijke en pregnante een gebrek
aan exact inzicht te verbergen. De termen voeren ons de waan voor van een sluitend begrip voor de samenhang
en de eenheid van een ganse tijd, waarin alle verschijnselen van het tijdperk verbonden zijn, terwijl wij in
werkelijkheid zulk een eenheid slechts vaag vermoeden." (2)
Elk weldenkend mens kan dit alleen maar beamen. Toch menen wij goed te doen door onze geschiedenis zo te
presenteren. Het beantwoordt namelijk wel aan onze bedoeling om een beeld te scheppen van de geschiedenis van de
vereniging. Een duidelijk beeld blijft beter hangen. Een verhaal waar we met elkaar over kunnen praten; om een
band te scheppen tussen de verschillende generaties van vroeger, nu en de toekomst.
Maar bedenk wel - en wees gewaarschuwd door de woorden van Neerlands meest befaamde historicus - de
periodisering is niet zaligmakend. Alleen maar handig en leuk.
(1,2) Huizinga, J., Nederland's beschaving in de 17e eeuw, Leiden, 1941
|